Mijn creatieve tempo

Bij de afronding van mijn laatste serie, “De Geometrie van geluk”, realiseerde ik me dat er in mijn werkproces grote tempoverschillen voorkomen.

Ik deed die ontdekking toen ik op een middag rustig zat te scrollen door de foto’s van mijn recente werk op mijn telefoon.

Fases in mijn proces

Opvallend was, dat ik in twee duidelijk verschillende fases aan de serie heb gewerkt. Een snelle fase, die ongeveer 4 maanden duurde en een langzame fase, die zo’n 10 maanden in beslag nam. Bij elkaar meer dan een jaar! Ik weet nog dat toen ik met deze serie begon daar heel anders tegenaan keek. Ik dacht dat het werk veel sneller klaar zou zijn.

De gedachte dat het misschien sneller zou kunnen, komt vaker voor bij het maken van mijn werk. Daarom leek het me een goed idee om de kenmerken van het verschil in werktempo eens op een rijtje te zetten.

Snel is relatief

Als ik met een werk begin werk ik vaak snel. Maar snelheid is een relatief begrip. Mijn ervaring is dat handnaaiwerk over het algemeen niet een hele snelle techniek is. Als ik het vergelijk met tekenen, schilderen of collage, dan ben ik met naald en draad veel langer onderweg om een werkstuk van dezelfde afmetingen te maken.

Tegelijkertijd is de tijd die ik besteed aan het daadwerkelijke naaiwerk, zelden bepalend voor hoe lang ik erover doe. Het zijn andere factoren in het proces die bepalen of een werkstuk snel of langzaam tot stand komt.

De kenmerken die bepalen dat het werk snel gaat zien er voor mij zo uit:

  • Ik ben enigszins geobsedeerd met het werk en kan het moeilijk loslaten
  • Denk weinig na over de keuzes die ik maak
  • Beslissingen neem ik op gevoel (welke stoffen, welk garen, welke kleur)
  • Ik ga snel over tot de uitvoering van ideeën
  • Ik werk aan één project/werkstuk/serie

Natuurlijke pauze

Nadat ik een tijdje op deze manier heb gewerkt komt er vaak een moment waarop ik het werk even laat liggen, er ontstaat een natuurlijke pauze. Daarna ga ik vaak in een langzamer tempo verder. Soms ligt het een paar weken stil maar als ik daarna de draad weer oppak ligt ook dan het tempo lager.

De kenmerken van dit lagere tempo zien er ongeveer zo uit:

  • Ik denk (lang) na over de stappen die ik wil zetten.
  • Ik ben me daardoor bewuster van wat mijn ingrepen doen ten opzichte van het geheel.
  • Ik laat het werk vaker rusten.
  • Projecten/werkstukken/series wisselen elkaar af.

Als ik de hoeveelheid naaiwerk uit de langzame fase vergelijk met de hoeveelheid die ik verricht in de snelle fase van mijn proces, is het contrast vrij groot. Terugkijkend op het verloop van het proces bij “De Geometrie van geluk” kan ik concluderen dat ik in de “snelle” 4 maanden het werk bijna af had en daarna in de 10 “langzame” maanden subtiele toevoegingen en wijzigingen heb gedaan.

Toch is het niet zo dat de veranderingen die de werken in de laatste 10 maanden ondergingen, achterwege hadden kunnen blijven. Ze zijn weliswaar kleiner en subtieler, maar op een bepaalde manier essentieel voor het werk. Tijdens de langzame periode die een werk doormaakt, wordt er meer duidelijk over het idee, het thema of de titels van de kunstwerken, mede omdat ik daar de tijd voor neem.

Dan komen mijn gedachten over het werk samen met de kunstwerken zelf en blijkbaar kost dat veel tijd!

Is je ook wel eens iets bijzonders opgevallen aan je eigen proces?

Ik ben benieuwd naar je ervaringen.

Laat gerust een berichtje achter.

Wil je op de hoogte wil blijven of af en toe iets lezen over mijn werk dan kun je je abonneren op mijn nieuwsbrief.


Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.